Veel leiders lopen niet vast op hun vaardigheden, maar op verborgen overtuigingen. Wat je denkt, stuurt je gedrag. Bijvoorbeeld: “Ik moet overal bij zijn.” “Dit moet nu.” “Ik mag geen fouten maken.”
Ooit hielpen deze overtuigingen je vooruit. Later gaan ze wringen.
Het voelt ongemakkelijk. Je krijgt niet het effect dat je wilt, of merkt frustratie en vermoeidheid bij jezelf of je team. Het is je interne besturingssysteem dat op oud gelijk draait.
Wat wel werkt, zijn deze stappen (meer achtergrond in Leadership Unblocked, Muriel Wilkins):
1) Waar botst gewenst resultaat met de uitkomst van vandaag? Welke aanname zit daaronder?
2) Wanneer hielp die overtuiging je en wanneer niet? Je hoeft haar niet weg te gooien; je leert wanneer je haar gebruikt
3) Kies een nuttiger frame
Niet “ik mag geen fouten maken” maar: “we nemen verantwoorde risico’s met de informatie die we nu hebben.”
Pak één overtuiging tegelijk. Zie het als oefenen, niet als repareren. Hoe vaker je het doet, hoe sneller je jezelf corrigeert en hoe beter je anderen kunt coachen.
Teamcultuur verandert mee. Cultuur bestaat immers uit collectieve overtuigingen die je elke dag bevestigt of bijstuurt.
Je bent niet je overtuigingen. Ze zijn aangeleerd en dus te herschrijven.
Welke overtuiging helpt je vandaag niet meer zoals vroeger?